Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 7,42 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,42 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Pediatrische patiënten Mirtazapine mag niet worden gebruikt bij de behandeling van kinderen en adolescenten jonger dan 18 jaar. Zelfmoordgerelateerd gedrag (zelfmoordpoging en zelfmoordgedachten) en vijandigheid (hoofdzakelijk agressie, oppositioneel gedrag en woede) werden in klinische studies vaker vastgesteld bij jonge kinderen en adolescenten die met antidepressiva werden behandeld dan bij proefpersonen die met een placebo werd behandeld. Als op klinische gronden toch wordt beslist om te behandelen, moet de patiënt zorgvuldig worden gecontroleerd op het optreden van zelfmoordsymptomen. Bovendien zijn er geen gegevens over de veiligheid op lange termijn bij kinderen en adolescenten wat de groei, de rijping en de cognitieve en gedragsontwikkeling betreft. Zelfmoord/zelfmoordgedachten of klinische verergering Depressie gaat gepaard met een hoger risico op zelfmoordgedachten, zelfmutilatie en zelfmoord (aan zelfmoord gerelateerde voorvallen). Het risico houdt aan tot er een significante remissie optreedt. Aangezien het enkele weken kan duren voordat er een verbetering optreedt, moeten de patiënten nauwlettend worden gemonitord tot die verbetering optreedt. Het is een algemene klinische ervaring dat het zelfmoordrisico kan toenemen tijdens de vroege fasen van herstel. Patiënten met een voorgeschiedenis van aan zelfmoord gerelateerde voorvallen of patiënten die significante zelfmoordgedachten vertonen voor het begin van de behandeling, lopen een hoger risico op zelfmoordgedachten of zelfmoordpogingen en moeten onder zorgvuldig medisch toezicht staan tijdens de behandeling. Een meta-analyse van placebogecontroleerde klinische studies met antidepressiva bij volwassen patiënten met psychiatrische aandoeningen wees op een hoger risico op zelfmoordgedrag met antidepressiva dan met de placebo bij patiënten jonger dan 25 jaar. Een nauwgezette supervisie van patiënten en vooral patiënten die een hoog risico lopen, is noodzakelijk bij behandeling met antidepressiva, vooral in het begin van de behandeling en na verandering van dosering. De patiënten (en hulpverleners van de patiënten) moeten de raad krijgen te letten op een eventuele klinische verergering, zelfmoordgedrag of -gedachten en ongewone gedragsveranderingen en moeten onmiddellijk medisch advies vragen als dergelijke symptomen optreden. Gezien het zelfmoordrisico, vooral bij het begin van de behandeling, mag overeenkomstig de goede praktijkvoering slechts een beperkte hoeveelheid mirtazapine aan de patiënt worden gegeven om het risico op overdosering te beperken. Beenmergdepressie Beenmergdepressie, gewoonlijk in de vorm van granulocytopenie of agranulocytose, is gemeld tijdens behandeling met mirtazapine. Een reversibele agranulocytose is zelden gemeld in klinische studies met mirtazapine. In de post-marketingperiode met mirtazapine zijn zeer zeldzame gevallen van agranulocytose gemeld; die waren meestal reversibel, maar soms toch fataal. Fatale gevallen hebben zich vooral voorgedaan bij patiënten ouder dan 65 jaar. De arts moet bedacht zijn op symptomen zoals koorts, keelpijn, stomatitis of andere tekenen van infectie; als dergelijke symptomen optreden, moet de behandeling worden stopgezet en moet een bloedonderzoek worden verricht. Geelzucht De behandeling moet worden stopgezet in geval van icterus. Aandoeningen waarbij supervisie vereist is Zorgvuldige dosering en regelmatige, nauwgezette monitoring zijn noodzakelijk bij patiënten met: - epilepsie en organisch hersensyndroom: hoewel de klinische ervaring erop wijst dat epilepsieaanvallen zeldzaam zijn tijdens behandeling met mirtazapine, is net als met andere antidepressiva voorzichtigheid geboden als een behandeling met mirtazapine wordt gestart bij patiënten met een voorgeschiedenis van convulsies. De behandeling moet worden stopgezet als de patiënt convulsies krijgt of als de epilepsiefrequentie toeneemt. - leverinsufficiëntie: na één enkele orale dosis van 15 mg mirtazapine was de klaring van mirtazapine ongeveer 35% lager bij patiënten met lichte tot matige leverinsufficiëntie dan bij proefpersonen met een normale leverfunctie. De gemiddelde plasmaconcentratie van mirtazapine was ongeveer 55% hoger. - nierinsufficiëntie: na één enkele orale dosis van 15 mg mirtazapine bij patiënten met matige (creatinineklaring < 40 ml/min) of ernstige (creatinineklaring ≤ 10 ml/min) nierinsufficiëntie was de klaring van mirtazapine respectievelijk ongeveer 30% en 50% lager dan bij normale proefpersonen. De gemiddelde plasmaconcentratie van mirtazapine was respectievelijk ongeveer 55% en 115% hoger. Er werden geen significante verschillen waargenomen tussen patiënten met lichte nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 80 ml/min) en de controlegroep. - hartziekten zoals geleidingsstoornissen, angina pectoris en recent myocardinfarct. In dit geval moeten normale voorzorgsmaatregelen worden genomen en moeten concomitante geneesmiddelen zorgvuldig worden toegediend. - lage bloeddruk. - diabetes mellitus: bij patiënten met diabetes kunnen antidepressiva de glykemische controle verstoren. Mogelijk moet de dosis van insuline en/of orale antidiabetica worden aangepast en een nauwgezette monitoring wordt aanbevolen. Zoals met andere antidepressiva moet rekening worden gehouden met het volgende: - een verergering van psychotische symptomen is mogelijk als antidepressiva worden toegediend aan patiënten met schizofrenie of andere psychotische stoornissen; paranoïde gedachten kunnen toenemen. - als de depressieve fase van een bipolaire stoornis wordt behandeld, kan die omslaan in een manische fase. Patiënten met een voorgeschiedenis van manie/hypomanie moeten nauwgezet worden gemonitord. Mirtazapine moet worden stopgezet als de patiënt in een manische fase gaat. - hoewel mirtazapine niet verslavend is, leert de post-marketingervaring dat een plotselinge stopzetting van de behandeling na langdurige toediening soms ontwenningssymptomen kan veroorzaken. De meeste ontwenningsreacties zijn mild en genezen vanzelf. De frequentste ontwenningssymptomen zijn duizeligheid, agitatie, angst, hoofdpijn en nausea. Hoewel ze worden gemeld als ontwenningssymptomen, moet er rekening mee worden gehouden dat die symptomen ook te wijten kunnen zijn aan de onderliggende ziekte. Zoals aangeraden in rubriek 4.2, wordt aanbevolen de behandeling met mirtazapine geleidelijk stop te zetten. - voorzichtigheid is geboden bij patiënten met stoornissen van de urinelozing zoals prostaathypertrofie en bij patiënten met een acuut geslotenhoekglaucoom en een verhoogde oogdruk (hoewel er weinig kans op problemen is met mirtazapine gezien de zeer geringe anticholinerge activiteit). - Acathisie/psychomotorische rusteloosheid: Het gebruik van antidepressiva werd in verband gebracht met de ontwikkeling van acathisie. Acathisie wordt gekenmerkt door een subjectief onaangename of hinderlijke rusteloosheid en bewegingsdrang die vaak gepaard gaat met een onvermogen om stil te zitten of te staan. Die kans is het grootst tijdens de eerste weken van de behandeling. Bij patiënten die deze symptomen ontwikkelen, kan een verhoging van de dosering schadelijk zijn. - Verlenging van het QT-interval: in de postmarketingfase van mirtazapine zijn gevallen gemeld van QT-verlenging, torsade de pointes, ventrikeltachycardie en plotse dood. De meeste van die meldingen traden op met een overdosis of bij patiënten met andere risicofactoren voor verlenging van het QT-interval, waaronder concomiterend gebruik van geneesmiddelen die het QTc-interval verlengen (zie rubriek 4.5 en rubriek 4.9). Voorzichtigheid is geboden als mirtazapine wordt voorgeschreven bij patiënten met bekend cardiovasculair lijden of een familiale voorgeschiedenis van verlenging van het QT-interval, en bij concomiterend gebruik met andere geneesmiddelen waarvan gedacht wordt dat ze het QTc-interval verlengen. Hyponatriëmie Hyponatriëmie, waarschijnlijk door ongepaste secretie van antidiuretisch hormoon (SIADH), werd zeer zelden gemeld bij gebruik van mirtazapine. Voorzichtigheid is geboden bij risicopatiënten, zoals oudere patiënten of patiënten die tevens worden behandeld met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze hyponatriëmie kunnen veroorzaken. Serotoninesyndroom Interactie met serotonerge werkzame stoffen: er kan een serotoninesyndroom optreden als selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) worden gegeven in combinatie met andere serotonerge middelen (zie rubriek 4.5). Symptomen van het serotoninesyndroom kunnen zijn hyperthermie, rigiditeit, myoclonus, autonome instabiliteit met mogelijk snelle fluctuaties van de vitale functies, veranderingen van de geestelijke toestand zoals verwardheid, prikkelbaarheid en extreme agitatie gaande tot delirium en coma. Voorzichtigheid is geboden en nauwgezettere klinische controle is vereist als deze geneesmiddelen gecombineerd worden met mirtazapine. Als dergelijke symptomen optreden moet de behandeling met mirtazapine worden stopgezet en moet een ondersteunende symptomatische behandeling worden gestart. Uit de ervaring na marktintroductie blijkt dat het serotoninesyndroom zeer zelden optreedt bij patiënten die alleen met mirtazapine worden behandeld (zie rubriek 4.8). Ernstige bijwerkingen van de huid Er zijn ernstige bijwerkingen van de huid zoals syndroom van Stevens-Johnson (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), dermatitis bullosa en erythema multiforme gemeld in tijdens de behandeling met mirtazapine. Als zich tekenen en symtomen voordoen die duiden op deze reactie, dient het gebruik van mirtazapine onmiddellijk te worden stopgezet. Als een van deze reacties voordoet bij gebruik van mirtazapine, mag behandeling met mirtazapine bij deze patiënt nooit worden hervat. Oudere mensen Oudere mensen zijn vaak gevoeliger, vooral voor de bijwerkingen van antidepressiva. Tijdens klinisch onderzoek met mirtazapine werden niet vaker bijwerkingen gemeld bij oudere patiënten dan in andere leeftijdsgroepen. Lactose Dit product bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose�intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Depressie.
Welke stoffen zitten er in Mirtazapine Viatris?
De werkzame stof in Mirtazapine Viatris is mirtazapine.
Elke tablet bevat 15 mg mirtazapine.
Elke tablet bevat 30 mg mirtazapine.
Elke tablet bevat 45 mg mirtazapine.
De andere stoffen in Mirtazapine Viatris zijn watervrij lactose (zie rubriek 2 "Mirtazapine Viatris bevat lactose"), maiszetmeel, watervrij colloïdaal silica, laag gesubstitueerd hydroxypropylcellulose en magnesiumstearaat. Het omhulsel bevat titaniumdioxide (E171), macrogol 4000, lactosemonohydraat (zie rubriek 2 "Mirtazapine Viatris bevat lactose"), rood ijzeroxide (E172 – alleen in de tabletten van 30 mg), geel ijzeroxide (E172 – alleen in de tabletten van 15 mg en 30 mg), zwart ijzeroxide (E172- alleen in de tabletten van 30 mg), chinolinegeel (E104 –alleen in de tabletten van 15 mg) en hypromellose.
Gebruik Mirtazapine Viatris niet in combinatie met:
monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers). Neem Mirtazapine Viatris ook niet in de eerste
twee weken nadat u gestopt bent met de inname van MAO-remmers. Ook als u stopt met het
innemen van Mirtazapine Viatris dan mag u de volgende twee weken geen MAO-remmers
innemen. Voorbeelden van MAO-remmers zijn moclobemide, tranylcypromine (beide zijn
antidepressiva) en selegiline (wordt gebruikt bij de ziekte van Parkinson).
Gebruikt u naast Mirtazapine Viatris nog andere geneesmiddelen in, heeft u dat kort geleden
gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dat geldt
ook voor geneesmiddelen waar u geen voorschrift voor nodig heeft en in het bijzonder voor de
volgende geneesmiddelen;
antidepressiva zoals SSRI's, bv. citalopram, venlafaxine en L-tryptofaan of
triptanen, bv. sumatriptan (worden gebruikt om migraine te behandelen), tramadol (een
pijnstiller), linezolid (een antibioticum), lithium (wordt gebruikt om bepaalde
psychiatrische aandoeningen te behandelen), methyleenblauw (gebruikt om bepaalde
soorten bloedvergiftiging te behandelen) en preparaten met sint-janskruid
(Hypericum perforatum, een kruidenremedie tegen depressie). In zeer zeldzame gevallen kan
Mirtazapine Viatris alleen of de combinatie van Mirtazapine Viatris met deze geneesmiddelen
leiden tot een zogeheten serotoninesyndroom. Enkele tekenen van dit syndroom zijn:
onverklaarde koorts, zweten, verhoogde hartslag, diarree,
(oncontroleerbare) spiercontracties, rillingen, overactieve reflexen, rusteloosheid,
stemmingsveranderingen en bewusteloosheid. Als u een combinatie van deze tekenen
krijgt, moet u onmiddellijk uw arts inlichten;
het antidepressivum nefazodon. Het kan de hoeveelheid Mirtazapine Viatris in uw
bloed verhogen. Vertel het uw arts als u dit geneesmiddel gebruikt. Misschien moet de
dosering van Mirtazapine Viatris worden verlaagd of als het gebruik van nefazodon
wordt stopgezet, moet de dosering van Mirtazapine Viatris misschien opnieuw worden
gestart;
geneesmiddelen tegen angst en slapeloosheid zoals benzodiazepines, bv. diazepam,
chloordiazepoxide;
geneesmiddelen tegen schizofrenie zoals olanzapine;
geneesmiddelen tegen allergie zoals cetirizine;
geneesmiddelen tegen ernstige pijn zoals morfine. In combinatie met deze
geneesmiddelen kan Mirtazapine Viatris de sufheid verhogen die door deze
geneesmiddelen wordt veroorzaakt.
geneesmiddelen tegen infecties; geneesmiddelen tegen bacteriële infecties (zoals
erythromycine), geneesmiddelen tegen schimmelinfecties (zoals ketoconazol) en
geneesmiddelen tegen hiv/aids (zoals hiv-proteaseremmers, bv. ritonavir, nelfinavir).
cimetidine, een geneesmiddel voor maagzweren. In combinatie met Mirtazapine Viatris
kunnen deze geneesmiddelen de hoeveelheid mirtazapine in uw bloed verhogen. Vertel
het uw arts als u deze geneesmiddelen gebruikt. Het is misschien nodig de dosering van
Mirtazapine Viatris te verlagen of, als deze geneesmiddelen worden stopgezet, de
dosering van Mirtazapine Viatris weer te verhogen.
carbamazepine en fenytoïne, geneesmiddelen tegen epilepsie;
geneesmiddelen tegen tuberculose, zoals rifampicine. In combinatie met Mirtazapine
Viatris kunnen deze geneesmiddelen de hoeveelheid mirtazapine in uw bloed verlagen.
Vertel het uw arts als u deze geneesmiddelen gebruikt. Het is misschien nodig de
dosering van Mirtazapine Viatris te verhogen of, als deze geneesmiddelen worden
stopgezet, de dosering van Mirtazapine Viatris weer te verlagen.
warfarine, een geneesmiddel om bloedstolsels te voorkomen. Mirtazapine Viatris kan de
effecten van warfarine op het bloed verhogen. Vertel het uw arts als u dit geneesmiddel
gebruikt. In geval van combinatie is het raadzaam dat een arts uw bloed zorgvuldig
controleert.
geneesmiddelen die een invloed kunnen hebben op het hartritme¸ zoals bepaalde
antibiotica en sommige antipsychotica.
Waarop moet u letten met alcohol?
U kunt suf worden als u alcohol drinkt terwijl u Mirtazapine Viatris inneemt.
Aanbevolen wordt om helemaal geen alcohol te drinken.
4.8 Bijwerkingen Depressieve patiënten vertonen allerhande symptomen die te wijten zijn aan de ziekte zelf. Daarom is het soms moeilijk om uit te maken welke symptomen een gevolg zijn van de ziekte zelf en welke een gevolg zijn van de behandeling met mirtazapine. De meest gemelde bijwerkingen, die zijn opgetreden bij meer dan 5% van de patiënten die in gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies werden behandeld met mirtazapine (zie verder), waren slaperigheid, sedatie, droge mond, gewichtstoename, meer eetlust, duizeligheid en vermoeidheid. Er zijn ernstige bijwerkingen van het huid als Stevens-Johnson-syndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN), geneesmiddelenreactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS), dermatitis bullosa en erythema multiforme gemeld tijdens de behandeling met mirtazapine (zie rubriek 4.4). In alle gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies bij patiënten (ook patiënten met andere indicaties dan depressie in engere zin) werden de bijwerkingen van mirtazapine geëvalueerd. Er werd een meta-analyse uitgevoerd van 20 studies met een geplande behandelingsduur tot 12 weken met 1.501 patiënten (134 patiëntjaren) die mirtazapine hadden gekregen in een dosering tot 60mg, en 850 patiënten (79 patiëntjaren) die een placebo hadden gekregen. Extensiefasen van die studies werden uitgesloten om een vergelijking met de placebo mogelijk te maken. Tabel 1 toont de incidentie (per categorie) van bijwerkingen die in de klinische studies statistisch significant vaker zijn opgetreden bij behandeling met mirtazapine dan met de placebo, plus de bijwerkingen die spontaan werden gemeld. De frequenties van de spontaan gemelde bijwerkingen zijn gebaseerd op de frequentie waarmee die bijwerkingen werden gemeld in klinische studies. De frequentie van spontaan gemelde bijwerkingen die niet werden gezien in de gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies met mirtazapine, worden geclassificeerd als 'niet bekend'. Tabel 1. Bijwerkingen van mirtazapine Systeem/orgaankl asse Zeer vaak (≥ 1/10) Vaak (≥1/100 tot <1/10) Soms (≥1/1.000 tot <1/100) Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) Bloed- en lymfestelselaandoe ningen Beenmergdepressi e (granulocytopenie , agranulocytose, aplastische anemie, trombocytopenie) Eosinofilie Endocriene aandoeningen Ongepaste secretie van antidiuretisch hormoon Hyperprolactine mie (en hieraan gerelateerde symptomen galactorroe en gynaecomastie) Voedings- en stofwisselingsstoor nissen Gewichtstoe name1 Meer eetlust1 Hyponatriëmi e Psychische stoornissen Abnormale dromen Verwardheid Angst2,5 Insomnia 3,5 Nachtmerries2 Manie Agitatie 2 Hallucinaties Psychomotorische rusteloosheid (incl. acathisie, hyperkinesie) Agressie Zelfmoordgedachten 6 Zelfmoordgedrag6 Zenuwstelselaando eningen Somnolentie 1,4 Sedatie 1,4 Hoofdpijn 2 Lethargie 1 Duizeligheid Tremor Geheugenverlies7 Paresthesie 2 Rusteloze benen Syncope Myoclonus Convulsies (insulten) Serotoninesyndro om Orale paresthesie Dysartrie Bloedvataandoenin gen Orthostatische hypotensie Hypotensie 2 Maag�darmstelselaandoe ningen Droge mond Nausea 3 Diarree 2 Braken 2 Constipatie1 Hypesthesie van de mond Pancreatitis Oedeem van de mond Verhoogde speekselsecretie Lever- en galaandoeningen Stijging van de serumtransaminas eactiviteit Huid- en onderhuidaandoeni ngen Exantheem 2 Syndroom van Stevens-Johnson Bulleuze dermatitis Erythema multiforme Toxische epidermale necrolyse Geneesmiddelenr eactie met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS) Skeletspierstelsel�en bindweefselaandoe ningen Gewrichtspijn Spierpijn Rugpijn 1 Rabdomyolyse Nier- en urinewegaandoeni ngen Urineretentie Voortplantingsstels el- en borstaandoeningen Priapisme Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsst oornissen Perifeer oedeem1 Vermoeidheid Somnambulisme Veralgemeend oedeem Lokaal oedeem Onderzoeken Verhoogd creatininekinase 1. In klinische studies zijn deze bijwerkingen statistisch significant vaker opgetreden tijdens behandeling met mirtazapine dan met de placebo. 2. In klinische studies zijn deze bijwerkingen vaker opgetreden tijdens behandeling met de placebo dan met mirtazapine, maar ze waren niet statistisch significant frequenter 3. In klinische studies zijn deze bijwerkingen statistisch significant vaker opgetreden tijdens behandeling met de placebo dan met mirtazapine. 4. N.B. een verlaging van de dosering leidt doorgaans niet tot minder slaperigheid/sedatie, maar kan de antidepressieve doeltreffendheid verminderen. 5. Bij behandeling met antidepressiva in het algemeen kunnen angst en insomnia (dit kunnen symptomen zijn van de depressie) optreden of verergeren. Tijdens een behandeling met mirtazapine werden ontwikkeling of verergering van angst en insomnia gemeld. 6. Gevallen van zelfmoordgedachten en zelfmoordgedrag zijn gemeld tijdens de behandeling met mirtazapine of kort na stopzetting van de behandeling (zie rubriek 4.4). 7. In de meeste gevallen herstelden de patiënten na stoppen met het medicijngebruik. In de klinische studies werd bij laboratoriumonderzoek een voorbijgaande stijging van de transaminasen en gammaglutamyltransferase waargenomen (maar daarmee samenhangende bijwerkingen werden niet statistisch significant vaker gemeld met mirtazapine dan met de placebo). Pediatrische patiënten De volgende bijwerkingen werden vaak gezien in klinische studies bij kinderen: gewichtstoename, urticaria en hypertriglyceridemie (zie ook rubriek 5.1). Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via Federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Afdeling Vigilantie Postbus 97 1000 Brussel Madou Website: www.eenbijwerkingmelden.be e-mail: adr@fagg.be
Wanneer mag u Mirtazapine Viatris niet gebruiken?
u bent allergisch voor mirtazapine of voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
u neemt monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) in of u heeft die recentelijk (de laatste twee weken) ingenomen.
Zwangerschap Beperkte gegevens over het gebruik van mirtazapine bij zwangere vrouwen wijzen niet op een verhoogd risico op aangeboren misvormingen. In dierexperimenteel onderzoek werden geen klinisch relevante teratogene effecten aangetoond, maar er werd ontwikkelingstoxiciteit waargenomen (zie rubriek 5.3). Er zijn epidemiologische aanwijzingen dat het gebruik van SSRI's tijdens de zwangerschap, vooral op het einde van de zwangerschap, het risico op persisterende pulmonale hypertensie bij de pasgeborene (PPHN) kan verhogen. Hoewel er geen studies werden verricht naar het verband tussen PPHN en behandeling met mirtazapine, kan dat potentiële risico niet worden uitgesloten gezien het verwante werkingsmechanisme (stijging van de serotonineconcentraties). Voorzichtigheid is geboden bij het voorschrijven aan zwangere vrouwen. Als mirtazapine wordt gebruikt tot aan of kort voor de geboorte, wordt een postnatale monitoring van de pasgeborene aanbevolen om mogelijke ontwenningssymptomen op te sporen. Borstvoeding Uit dierstudies en beperkte gegevens over de mens blijkt dat mirtazapine slechts in zeer kleine hoeveelheden wordt uitgescheiden in de moedermelk. Bij de beslissing om borstvoeding voort te zetten/te onderbreken of een behandeling met mirtazapine voort te zetten/stop te zetten, moet rekening worden gehouden met de voordelen van borstvoeding voor het kind en de voordelen van de behandeling met mirtazapine voor de moeder. Vruchtbaarheid Niet-klinische onderzoeken naar reproductietoxiciteit bij dieren hebben geen effect op de vruchtbaarheid aangetoond.
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 2201465 |
|---|---|
| Organisaties | Viatris |
| Merken | Viatris |
| Breedte | 45 mm |
| Lengte | 115 mm |
| Diepte | 55 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 50 |
| Actieve ingrediënten | mirtazapine |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |