Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,00 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik De bijzondere waarschuwingen en voorzorgen die relevant zijn voor abacavir en lamivudine worden in deze rubriek weergegeven. Er zijn geen aanvullende voorzorgen en waarschuwingen met betrekking tot Kivexa. Overgevoeligheidsreacties (zie ook rubriek 4.8) Abacavir wordt in verband gebracht met een risico op overgevoeligheidsreacties (HSR, hypersensitivity reactions) (zie rubriek 4.8) die worden gekenmerkt door koorts en/of huiduitslag met andere symptomen die wijzen op betrokkenheid van meerdere organen. Overgevoeligheidsreacties zijn waargenomen bij abacavir, waarbij een aantal levensbedreigend waren en in zeldzame gevallen fataal, wanneer ze niet op de juiste manier werden behandeld. Het risico op een overgevoeligheidsreactie met abacavir is aanzienlijk groter voor patiënten die positief testen op het HLA-B5701-allel. Bij patiënten die geen drager zijn van dit allel zijn deze overgevoeligheidsreacties echter in een lagere frequentie ook gemeld. Daarom moeten te allen tijde de volgende instructies gevolgd worden: • De HLB-B5701-status moet altijd worden gedocumenteerd voordat met de behandeling wordt begonnen. • Bij patiënten met een positieve HLA-B5701-status mag nooit een behandeling worden gestart met Kivexa. Dit geldt ook bij patiënten met een negatieve HLA-B5701-status van wie wordt vermoed dat ze een abacavir-overgevoeligheidsreactie hebben ontwikkeld in een eerdere behandeling met abacavir (bijv. Ziagen, Trizivir, Triumeq). • Er moet onmiddellijk met de behandeling met Kivexa worden gestopt, zelfs bij het ontbreken van het HLA-B*5701-allel, als een overgevoeligheidsreactie wordt vermoed. Vertraging in het stoppen van de behandeling met Kivexa nadat zich een overgevoeligheid begint voor te doen kan leiden tot een levensbedreigende reactie. • Nadat de behandeling met Kivexa is gestaakt vanwege een vermoede overgevoeligheidsreactie, mogen Kivexa en andere geneesmiddelen met abacavir (bijv. Ziagen, Trizivir, Triumeq) nooit meer worden gestart. • Het opnieuw starten van de behandeling met middelen met abacavir na een verdenking van een overgevoeligheidsreactie op abacavir kan leiden tot een onmiddellijke terugkeer van de symptomen binnen enkele uren. Deze opnieuw optredende reactie is meestal ernstiger dan de eerste en kan onder meer bestaan uit levensbedreigende hypotensie en overlijden. • Om te voorkomen dat patiënten de behandeling met abacavir hervatten, moeten patiënten die een overgevoeligheidsreactie hebben gehad geïnstrueerd worden hun resterende Kivexa-tabletten in te leveren. • Klinische beschrijving van overgevoeligheidsreacties voor abacavir Overgevoeligheidsreacties met abacavir zijn goed in kaart gebracht dankzij klinische onderzoeken en postmarketing follow-up. Symptomen traden gewoonlijk op binnen de eerste zes weken na het begin van de behandeling met abacavir (mediane tijd tot optreden 11 dagen), hoewel deze reacties op elk moment tijdens de behandeling kunnen optreden. Bij bijna alle overgevoeligheidsreacties op abacavir maken koorts en/of huiduitslag deel uit van de symptomen. Andere klachten en symptomen die zijn waargenomen als onderdeel van een overgevoeligheidsreactie op abacavir worden in detail beschreven in rubriek 4.8 (Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen), waaronder respiratoire en gastro-intestinale symptomen. Belangrijk is dat dergelijke symptomen kunnen leiden tot een verkeerde diagnose omdat een overgevoeligheidsreactie kan worden aangezien voor een respiratoire aandoening (pneumonie, bronchitis, faryngitis) of gastro-enteritis. De symptomen die in verband gebracht worden met overgevoeligheidsreacties verergeren bij het voortzetten van de therapie en kunnen levensbedreigend zijn. Deze symptomen verdwijnen gewoonlijk na het stopzetten van de behandeling met abacavir. In zeldzame gevallen hadden patiënten die met abacavir waren gestopt om andere redenen dan een overgevoeligheidsreactie ook levensbedreigende reacties ontwikkeld binnen enkele uren na het opnieuw starten van abacavir (zie rubriek 4.8: Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen). Het hervatten van de behandeling met abacavir moet in dergelijke gevallen worden gedaan in een omgeving waarin medische hulp onmiddellijk voorhanden is. Gewicht en metabole parameters Een gewichtstoename en een stijging van de serumlipiden- en bloedglucosespiegels kunnen tijdens antiretrovirale behandeling optreden. Zulke veranderingen kunnen gedeeltelijk samenhangen met het onder controle brengen van de ziekte en de levensstijl. Voor lipiden is er in sommige gevallen bewijs voor een effect van de behandeling, terwijl er voor gewichtstoename geen sterk bewijs is dat het aan een specifieke behandeling gerelateerd is. Voor het controleren van de serumlipiden en bloedglucose wordt verwezen naar de vastgestelde hiv-behandelrichtlijnen. Lipidestoornissen moeten worden behandeld waar dat klinisch aangewezen is. Pancreatitis Pancreatitis is gemeld, maar het bestaan van een oorzakelijk verband met lamivudine en abacavir is onzeker. Risico op virologisch falen - Triple nucleoside therapie: er zijn meldingen gedaan van een hoge mate van virologisch falen en van het optreden van resistentie in een vroeg stadium wanneer abacavir en lamivudine werden gecombineerd met tenofovir disoproxil fumaraat in een eenmaal daags doseerschema. - Het risico op virologisch falen met Kivexa kan hoger zijn dan bij andere therapeutische opties (zie rubriek 5.1). Leverziekte De veiligheid en werkzaamheid van Kivexa zijn niet vastgesteld bij patiënten met significante onderliggende leveraandoeningen. Kivexa wordt niet aanbevolen bij patiënten met een matige of ernstig verminderde leverfunctie (zie rubrieken 4.2 en 5.2). Patiënten met een reeds bestaande gestoorde leverfunctie, waaronder chronische actieve hepatitis, hebben een hogere frequentie van leverfunctiestoornissen tijdens antiretrovirale combinatietherapie en moeten gecontroleerd worden volgens de standaardpraktijk. Als er bewijs bestaat dat de leveraandoening bij dergelijke patiënten verslechtert, moet onderbreking of staking van de behandeling worden overwogen. Patiënten met een co-infectie met het chronisch hepatitis B- of C-virus Patiënten met chronische hepatitis B of C die behandeld worden met antiretrovirale combinatietherapie lopen een verhoogd risico op ernstige en mogelijk fatale hepatische bijwerkingen. Zie in het geval van gelijktijdige antivirale therapie voor hepatitis B of C de desbetreffende productinformatie voor deze geneesmiddelen. Indien lamivudine gelijktijdig gebruikt wordt voor de behandeling van hiv en het hepatitis B-virus (HBV), staat aanvullende informatie met betrekking tot het gebruik van lamivudine bij de behandeling van hepatitis B-infectie in de SmPC (Summary of Product Characteristics) van producten die lamivudine bevatten en die geïndiceerd zijn voor de behandeling van HBV. Indien het gebruik van Kivexa wordt gestaakt bij patiënten die tevens geïnfecteerd zijn met HBV, wordt periodieke controle van zowel de leverfunctie als markers van HBV-replicatie aanbevolen, omdat stoppen met lamivudine kan leiden tot een acute exacerbatie van hepatitis (zie de Samenvatting van de productkenmerken voor producten die lamivudine bevatten en die geïndiceerd zijn voor de behandeling van HBV). Mitochondriale disfunctie na blootstelling in utero Nucleos(t)ide-analogen kunnen een effect hebben op de mitochondriale functie in variabele gradaties, hetgeen het meest uitgesproken is met stavudine, didanosine en zidovudine. Bij hiv-negatieve zuigelingen die in utero en/of postnataal werden blootgesteld aan nucleoside-analogen, werd mitochondriale disfunctie gerapporteerd; deze betroffen voornamelijk behandeling met schema's die zidovudine bevatten. De belangrijkste gerapporteerde bijwerkingen zijn hematologische aandoeningen (anemie, neutropenie) en metabole stoornissen (hyperlactatemie, hyperlipasemie). Deze bijwerkingen waren vaak van voorbijgaande aard. Laat intredende neurologische afwijkingen werden in zeldzame gevallen gerapporteerd (hypertonie, convulsie, abnormaal gedrag). Of dergelijke neurologische afwijkingen voorbijgaand of blijvend zijn, is momenteel niet bekend. Met deze bevindingen moet rekening worden gehouden bij kinderen die in utero werden blootgesteld aan nucleos(t)ide-analogen en die ernstige klinische bevindingen van onbekende etiologie vertonen, met name neurologische bevindingen. Deze bevindingen hebben geen invloed op de huidige nationale aanbevelingen voor het gebruik van antiretrovirale therapie bij zwangere vrouwen ter voorkoming van verticale overdracht van hiv. Immuunreactiveringssyndroom Bij met hiv geïnfecteerde patiënten die op het moment dat de antiretrovirale combinatietherapie (CART, combination antiretroviral therapy) wordt gestart een ernstige immuundeficiëntie hebben, kan zich een ontstekingsreactie op asymptomatische of nog aanwezige opportunistische pathogenen voordoen die tot ernstige klinische manifestaties of verergering van de symptomen kan leiden. Dergelijke reacties zijn vooral in de eerste weken of maanden na het starten van CART gezien. Relevante voorbeelden zijn cytomegalovirus retinitis, gegeneraliseerde en/of focale mycobacteriële infecties en Pneumocystis jirovecii pneumonie (vaak PCP genoemd). Alle symptomen van de ontsteking moeten worden beoordeeld en zo nodig worden behandeld. Van auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves en auto-immuunhepatitis) is ook gerapporteerd dat ze in een setting van immuunreactivering kunnen optreden; de gerapporteerde tijd tot het begin van de ziekte is echter variabeler en deze bijwerkingen kunnen vele maanden na het starten van de behandeling optreden. Osteonecrose Hoewel men aanneemt dat bij de etiologie vele factoren een rol spelen (waaronder gebruik van corticosteroïden, alcoholgebruik, ernstige immunosuppressie, hoge Body Mass Index), zijn gevallen van osteonecrose vooral gemeld bij patiënten met voortgeschreden hiv-infectie en/of langdurige blootstelling aan CART. Patiënten moet worden aangeraden om een arts te raadplegen wanneer hun gewrichten pijnlijk zijn of stijf worden of wanneer zij moeilijk kunnen bewegen. Opportunistische infecties Patiënten moeten erop worden gewezen dat Kivexa of enig ander antiretroviraal middel hiv-infectie niet geneest en dat ze nog steeds opportunistische infecties en andere complicaties van hiv-infectie kunnen ontwikkelen. Daarom moeten patiënten onder nauwkeurige klinische observatie blijven door artsen met ervaring in de behandeling van deze met hiv geassocieerde ziekten. Cardiovasculair voorval Alhoewel de beschikbare gegevens uit klinische en observationele studies met abacavir inconsistente resultaten lieten zien, wijzen verschillende studies op een verhoogd risico op cardiovasculaire voorvallen (in het bijzonder myocardinfarct) bij patiënten die worden behandeld met abacavir. Daarom moet bij het voorschrijven van Kivexa actie worden ondernomen om alle te beïnvloeden risicofactoren (zoals bijvoorbeeld roken, hypertensie en hyperlipidemie) te minimaliseren. Ook moeten alternatieve behandelstrategieën, anders dan geneesmiddelen die abacavir bevatten, overwogen worden bij patiënten met een hoog cardiovasculair risico. Toediening aan mensen met een matig verminderde nierfunctie Bij patiënten met een creatinineklaring tussen 30 en 49 ml/min die Kivexa krijgen, kan sprake zijn van een blootstelling aan lamivudine (AUC) die 1,6 tot 3,3 keer hoger is dan die van patiënten met een creatinineklaring van ≥ 50 ml/min. Er zijn geen veiligheidsgegevens uit gerandomiseerde, gecontroleerde onderzoeken waarin Kivexa werd vergeleken met de afzonderlijke bestanddelen bij patiënten met een creatinineklaring tussen 30 en 49 ml/min die lamivudine in een aangepaste dosis kregen. In de oorspronkelijke registratie-onderzoeken naar lamivudine in combinatie met zidovudine gingen hogere blootstellingen aan lamivudine gepaard met meer meldingen van hematologische toxiciteiten (neutropenie en anemie), hoewel van stopzetting vanwege zowel neutropenie als anemie sprake was bij < 1% van de proefpersonen. Andere bijwerkingen in verband met lamivudine (zoals maag-darmstelsel- en leveraandoeningen) kunnen optreden. Patiënten met een aanhoudende creatinineklaring tussen 30 en 49 ml/min die Kivexa krijgen, moeten worden gecontroleerd op bijwerkingen in verband met lamivudine, en dan met name op hematologische toxiciteiten. Als nieuwe of erger wordende neutropenie of anemie zich ontwikkelt, wordt een dosisaanpassing van lamivudine, volgens de voorschrijfinformatie van lamivudine, geïndiceerd, wat niet kan worden bereikt met Kivexa. Kivexa dient te worden stopgezet en de afzonderlijke bestanddelen dienen te worden gebruikt om de behandeling samen te stellen. Geneesmiddeleninteracties Kivexa moet niet worden ingenomen met enig ander geneesmiddel dat lamivudine bevat of met geneesmiddelen die emtricitabine bevatten. De combinatie van lamivudine met cladribine wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Hulpstoffen Kivexa bevat de azo-kleurstof zonnegeel, die allergische reacties kan geven. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosiseenheid, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Kivexa is geïndiceerd bij antiretrovirale combinatietherapie voor de behandeling van Humaan Immunodeficiëntie Virus (hiv-)infectie bij volwassenen, adolescenten en kinderen die ten minste 25 kg wegen (zie de rubrieken 4.4 en 5.1).
Elke filmomhulde tablet bevat 600 mg abacavir (als sulfaat) en 300 mg lamivudine.
Hulpstof met bekend effect:
Elke 600 mg/300 mg tablet bevat 1,7 mg zonnegeel FCF (E110) en 2,31 mg natrium.
Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek 6.1.
Geneesmiddeleninteracties
Kivexa moet niet worden ingenomen met enig ander geneesmiddel dat lamivudine bevat of met geneesmiddelen die emtricitabine bevatten.
De combinatie van lamivudine met cladribine wordt niet aanbevolen (zie rubriek 4.5).
Hulpstoffen
Kivexa bevat de azo-kleurstof zonnegeel, die allergische reacties kan geven.
Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosiseenheid, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Kivexa bevat abacavir en lamivudine, daarom zijn de interacties die voor beiden gevonden zijn relevant voor Kivexa. Klinische studies hebben aangetoond dat er geen klinisch significante interacties zijn tussen abacavir en lamivudine.
Abacavir wordt gemetaboliseerd door UDP-glucuronyltransferase (UGT)-enzymen en door alcoholdehydrogenase; gelijktijdige toediening van induceerders of remmers van UGT-enzymen of van middelen die geëlimineerd worden door alcoholdehydrogenase, zouden de blootstelling aan abacavir kunnen veranderen. Lamivudine wordt renaal geklaard. Actieve renale uitscheiding van lamivudine in de urine wordt geregeld door het organische kation transportsysteem (OKT); gelijktijdige toediening van lamivudine met OKT-remmers kan de blootstelling aan lamivudine doen toenemen.
Abacavir en lamivudine worden niet significant gemetaboliseerd door cytochroom P450 enzymen (zoals CYP 3A4, CYP 2C9 of CYP 2D6) en induceren dit enzymsysteem evenmin. Lamivudine remt cytochroom P450 enzymen niet. Abacavir laat beperkte mogelijkheid tot remming van het metabolisme via het CYP3A4-enzym zien en blijkt in vitro CYP2C9- of CYP2D6-enzymen niet te remmen. In vitro studies hebben aangetoond dat abacavir mogelijk cytochroom P450 1A1 (CYP1A1) kan remmen. Daarom is er een geringe kans op interacties met antiretrovirale proteaseremmers, niet-nucleosiden en andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door de belangrijke P450 enzymen.
Kivexa mag niet worden ingenomen met enig ander geneesmiddel dat lamivudine bevat (zie rubriek 4.4).
De in onderstaande tabel genoemde interacties moeten niet als een volledige opsomming worden beschouwd maar zijn wel representatief voor de bestudeerde groepen geneesmiddelen.
Geneesmiddelen per therapeutisch gebied
Interactie
Geometrisch gemiddelde verandering (%) (mogelijk mechanisme)
Aanbeveling wat betreft gelijktijdige toediening
ANTIRETROVIRALE GENEESMIDDELEN
didanosine/abacavir
interactie niet onderzocht
didanosine/lamivudine
interactie niet onderzocht
zidovudine/abacavir
interactie niet onderzocht
geen aanpassing van de dosis noodzakelijk
zidovudine/lamivudine
lamivudine: AUC ↔
zidovudine: AUC ↔
emtricitabine/lamivudine
vanwege de gelijksoortigheid mag Kivexa niet gelijktijdig worden toegediend met andere cytidine-analoga, zoals emtricitabine
Geneesmiddelen per therapeutisch gebied
Interactie
Geometrisch gemiddelde verandering (%) (mogelijk mechanisme)
Aanbeveling wat betreft gelijktijdige toediening
GENEESMIDDELEN TEGEN INFECTIES
trimethoprim/sulfamethoxazol (co-trimoxazol)/abacavir
interactie niet onderzocht
geen aanpassing van de dosis Kivexa noodzakelijk
Wanneer gelijktijdige toediening met co-trimoxazol geïndiceerd is, moeten de patiënten klinisch gecontroleerd worden. Hoge doses trimethoprim/sulfamethoxazol voor de behandeling van Pneumocystis jirovecii pneumonie (PCP) en toxoplasmose zijn niet onderzocht en moeten vermeden worden
trimethoprim/sulfamethoxazol (co-trimoxazol)/lamivudine (160 mg/800 mg eenmaal daags gedurende 5 dagen/300 mg eenmalige dosis)
lamivudine: AUC ↑ 40%
trimethoprim: AUC ↔
sulfamethoxazol: AUC ↔
(remming van het organische kation transportsysteem)
Geneesmiddelen per therapeutisch gebied
Interactie
Geometrisch gemiddelde verandering (%) (mogelijk mechanisme)
Aanbeveling wat betreft gelijktijdige toediening
GENEESMIDDELEN TEGEN MYCOBACTERIËN
rifampicine/abacavir
interactie niet onderzocht
mogelijkheid op lichte afname van de plasmaconcentraties van abacavir vanwege UGT-inductie
onvoldoende gegevens om een dosisaanpassing aan te bevelen
rifampicine/lamivudine
interactie niet onderzocht
ANTICONVULSIVA
fenobarbital/abacavir
interactie niet onderzocht
mogelijkheid op lichte afname van de plasmaconcentraties van abacavir vanwege UGT-inductie
onvoldoende gegevens om een dosisaanpassing aan te bevelen
fenobarbital/lamivudine
interactie niet onderzocht
Geneesmiddelen per therapeutisch gebied
Interactie
Geometrisch gemiddelde verandering (%) (mogelijk mechanisme)
Aanbeveling wat betreft gelijktijdige toediening
fenytoïne/abacavir
interactie niet onderzocht
mogelijkheid op lichte afname van de plasmaconcentraties van abacavir vanwege UGT-inductie
onvoldoende gegevens om een dosisaanpassing aan te bevelen
controleer fenytoïneconcentraties
fenytoïne/lamivudine
interactie niet onderzocht
ANTIHISTAMINICA (HISTAMINE H2-RECEPTORANTAGONISTEN)
ranitidine/abacavir
interactie niet onderzocht
geen aanpassing van de dosis noodzakelijk
ranitidine/lamivudine
interactie niet onderzocht
klinisch significante interactie onwaarschijnlijk. Ranitidine wordt slechts gedeeltelijk uitgescheiden door het renale organische kation transportsysteem
cimetidine/abacavir
interactie niet onderzocht
geen aanpassing van de dosis noodzakelijk
cimetidine/lamivudine
interactie niet onderzocht
klinisch significante interactie onwaarschijnlijk. Cimetidine wordt slechts gedeeltelijk uitgescheiden door het renale organische kation transportsysteem
CYTOTOXISCHE MIDDELEN
Cladribine/Lamivudine
Interactie niet onderzocht
In vitro remt lamivudine de intracellulaire fosforylering van cladribine; in een klinische setting kan deze combinatie een mogelijk risico inhouden van verlies aan werkzaamheid van cladribine. Sommige klinische bevindingen ondersteunen ook een mogelijke interactie tussen lamivudine en cladribine.
Het gelijktijdig gebruik van lamivudine en cladribine wordt daarom niet aanbevolen (zie rubriek 4.4).
Geneesmiddelen per therapeutisch gebied
Interactie
Geometrisch gemiddelde verandering (%) (mogelijk mechanisme)
Aanbeveling wat betreft gelijktijdige toediening
OPIOÏDEN
methadon/abacavir (40 tot 90 mg eenmaal daags gedurende 14 dagen/600 mg eenmalige dosis, daarna 600 mg tweemaal daags gedurende 14 dagen)
abacavir: AUC↔ Cmax ↓ 35%
methadon: CL/F ↑22%
geen aanpassing van de dosis Kivexa noodzakelijk
aanpassing van de dosis methadon bij de meeste patiënten onwaarschijnlijk; incidenteel kan een hertitratie van methadon nodig zijn
methadon/lamivudine
interactie niet onderzocht
RETINOÏDEN
retinoïdeverbindingen (bijv. isotretinoïne)/abacavir
interactie niet onderzocht
mogelijkheid op interactie gezien de gemeenschappelijke eliminatieroute via alcoholdehydrogenase
onvoldoende gegevens om een dosisaanpassing aan te bevelen
retinoïdeverbindingen (bijv. isotretinoïne)/lamivudine
geen geneesmiddelinteractiestudies
interactie niet onderzocht
DIVERSEN
ethanol/abacavir (0,7 g/kg eenmalige dosis/600 mg eenmalige dosis)
abacavir: AUC ↑ 41%
ethanol: AUC ↔
(remming van alcoholdehydrogenase)
geen aanpassing van de dosis noodzakelijk
ethanol/lamivudine
interactie niet onderzocht
sorbitol-oplossing (3,2 g, 10,2 g, 13,4 g)/lamivudine
enkelvoudige dosis lamivudine orale oplossing van 300 mg
lamivudine: AUC ↓ 14%; 32%; 36%
Cmax ↓ 28%; 52%, 55%
Vermijd indien mogelijk het chronisch gelijktijdig toedienen van Kivexa met geneesmiddelen die sorbitol of andere osmotisch werkende polyalcoholen of monosacharide alcoholen (bijv. xylitol, mannitol, lactitol, maltitol) bevatten. Overweeg een frequentere controle van de hiv-1 viruslast wanneer chronische gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden.
riociguat/abacavir
riociguat ↑
In vitro remt abacavir CYP1A1. Gelijktijdige toediening van een enkele dosis van riociguat (0,5 mg) aan hiv-patiënten, die een combinatie ontvingen van abacavir/dolutegravir/lamivudine (600 mg/50 mg /300 mg eenmaal per dag), leidde tot een ongeveer driemaal hogere riociguat AUC (0-∞) vergeleken met eerdere riociguat AUC (0-∞) gemeten bij gezonde proefpersonen.
De riociguatdosis moet mogelijk worden verlaagd. Raadpleeg de riociguatproductinformatie voor de doseringsaanbevelingen.
Afkortingen: ↑ = toename; ↓ = afname; ↔ = geen significante verandering; AUC = oppervlak onder de curve waarin de concentratie tegen de tijd wordt uitgezet; Cmax = maximum waargenomen concentratie; CL/F = schijnbare orale uitscheiding
Pediatrische populatie
Er zijn alleen bij volwassenen interactiestudies uitgevoerd.
Overgevoeligheidsreacties Kivexa bevat abacavir (dit is ook een werkzame stof in geneesmiddelen zoals Trizivir, Triumeq en Ziagen). Abacavir kan een ernstige allergische reactie veroorzaken die een overgevoeligheidsreactie wordt genoemd. Deze overgevoeligheidsreacties worden vaker gezien bij mensen die geneesmiddelen met abacavir gebruiken. Welke patiënten krijgen deze reactie? Iedereen die Kivexa inneemt kan een overgevoeligheidsreactie op abacavir ontwikkelen. Deze reactie kan levensbedreigend zijn als men doorgaat met het innemen van Kivexa. De kans dat u deze reactie ontwikkelt is waarschijnlijker als u het zogeheten HLA-B5701-gen heeft (maar u kunt een reactie krijgen zelfs als u dit gen niet heeft). Er moet bij u een test gedaan zijn of u dit gen heeft, voordat Kivexa werd voorgeschreven. Als u weet dat u dit gen heeft, vertel dat aan uw arts voordat u Kivexa inneemt. Ongeveer 3 tot 4 van elke 100 patiënten die in klinisch onderzoek werden behandeld met abacavir en niet het HLA-B5701-gen hadden, ontwikkelden een overgevoeligheidsreactie. Wat zijn de symptomen? De meest voorkomende symptomen zijn: • koorts (hoge lichaamstemperatuur) en huiduitslag Andere vaak voorkomende symptomen zijn: • misselijkheid (zich ziek voelen), overgeven (ziek zijn), diarree, buik(maag)pijn, erge vermoeidheid Andere symptomen zijn onder andere: gewrichtspijn of spierpijn, gezwollen nek, kortademigheid, zere keel, hoest, af en toe hoofdpijn, oogontsteking (conjunctivitis), mondzweren, lage bloeddruk, tintelingen of doof gevoel van handen of voeten. Wanneer treden deze reacties op? Overgevoeligheidsreacties kunnen op elk moment beginnen gedurende de behandeling met Kivexa, maar het meest waarschijnlijk is gedurende de eerste 6 weken van de behandeling. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als: 1. u huiduitslag krijgt, OF 2. u symptomen krijgt uit ten minste twee van de volgende groepen: - koorts - kortademigheid, zere keel of hoesten - misselijkheid of braken, diarree of buikpijn - ernstige vermoeidheid of pijn in het hele lichaam of een algeheel gevoel van ziek zijn Uw arts kan u aanraden om te stoppen met Kivexa. Als u gestopt bent met het innemen van Kivexa Als u met Kivexa gestopt bent vanwege een overgevoeligheidsreactie, mag u NOOIT MEER Kivexa of andere geneesmiddelen die abacavir bevatten (bijvoorbeeld Trizivir, Triumeq of Ziagen) gebruiken. Als u dit wel doet kan binnen enkele uren een gevaarlijke bloeddrukdaling optreden, die tot de dood zou kunnen leiden. Als u bent gestopt met het innemen van Kivexa, om welke reden dan ook, en vooral als dat is omdat u denkt dat u bijwerkingen heeft of omdat u een andere ziekte heeft: Neem contact op met uw arts voordat u opnieuw begint met innemen. Uw arts zal controleren of uw symptomen in verband staan met een overgevoeligheidsreactie. Als uw arts denkt dat dit het geval zou kunnen zijn, zal hij u zeggen nooit meer Kivexa, of een ander geneesmiddel dat abacavir bevat (bijvoorbeeld Trizivir, Triumeq of Ziagen), te gebruiken. Het is belangrijk dat u dit advies opvolgt. Af en toe zijn overgevoeligheidsreacties opgetreden wanneer de behandeling met abacavir bevattende middelen werd hervat bij patiënten bij wie slechts één symptoom van de Waarschuwingskaart was gemeld voordat de behandeling werd gestopt. Zeer zelden hebben patiënten die in het verleden abacavir bevattende geneesmiddelen hadden gebruikt zonder symptomen van overgevoeligheid een overgevoeligheidsreactie gehad wanneer zij deze geneesmiddelen opnieuw gebruikten. Als uw arts het advies geeft dat u opnieuw kunt gaan beginnen met Kivexa, kan aan u gevraagd worden om de eerste doseringen te nemen in een omgeving waar u snel medische hulp kunt krijgen als dat nodig is. Als u overgevoelig bent voor Kivexa moet u al uw ongebruikte Kivexa tabletten inleveren voor een veilige vernietiging. Vraag uw arts of apotheker om advies. In de Kivexa-verpakking zit een Waarschuwingskaart om u en medische hulpverleners opmerkzaam te maken op overgevoeligheidsreacties. Maak deze kaart los en draag deze kaart altijd bij u. Vaak optredende bijwerkingen Deze kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 10 patiënten: • overgevoeligheidsreactie • hoofdpijn • ziek zijn (overgeven) • zich ziek voelen (misselijkheid) • diarree • maagpijn • verlies van eetlust • vermoeidheid, gebrek aan energie • koorts (hoge lichaamstemperatuur) • algeheel gevoel van zich onwel voelen • moeite met slapen (insomnia) • spierpijn en zich ongemakkelijk voelen • gewrichtspijn • hoesten • geïrriteerde neus of loopneus • huiduitslag Soms voorkomende bijwerkingen Deze kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 100 patiënten en kunnen aangetoond worden in bloedtesten: • een laag aantal rode bloedcellen (anemie) of een laag aantal witte bloedcellen (neutropenie) • een toename van het niveau van de leverenzymen • een afname van het aantal cellen dat betrokken is bij de bloedstolling (trombocytopenie) Zelden voorkomende bijwerkingen Deze kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 1.000 patiënten: • leveraandoeningen zoals geelzucht, een vergrote lever of leververvetting, ontsteking (hepatitis) • ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis) • afbraak van spierweefsel Zelden voorkomende bijwerkingen die in bloedtesten kunnen worden aangetoond: • toename van een enzym dat amylase genoemd wordt Zeer zelden voorkomende bijwerkingen Deze kunnen voorkomen bij maximaal 1 op de 10.000 patiënten: • doof gevoel, tintelend gevoel in de huid (naalden en spelden) • gevoel van zwakheid in de ledematen • huiduitslag, waarbij blaren gevormd kunnen worden; deze blaren zien eruit als kleine inslagen (centrale donkere plekken, omgeven door een blekere oppervlakte met een donkere ring aan de rand) (erythema multiforme) • een uitgebreide uitslag met blaren en een vervellende huid, in het bijzonder rond de mond, de neus, de ogen en de geslachtsorganen (syndroom van Stevens-Johnson) en een ernstiger vorm van uitslag waarbij huidvervelling bij meer dan 30% van het lichaamsoppervlak optreedt (toxische epidermale necrolyse) • lactaatacidose (een teveel aan melkzuur in het bloed) Als u één van deze symptomen opmerkt, zoek dan dringend contact met een arts. Zeer zelden voorkomende bijwerkingen die in bloedtesten kunnen worden aangetoond: • onvermogen van het beenmerg om nieuwe rode bloedcellen te maken (pure rode bloedcellen aplasie)
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
• u bent allergisch (overgevoelig) voor abacavir (of voor andere geneesmiddelen die abacavir
bevatten – zoals Trizivir, Triumeq of Ziagen), lamivudine of voor één van de andere stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.
Lees zorgvuldig alle informatie over overgevoeligheidsreacties in rubriek 4.
Overleg met uw arts als u denkt dat het hierboven staande punt voor u geldt. Gebruik dan
geen Kivexa.
Zwangerschap Het gebruik van Kivexa tijdens de zwangerschap wordt niet aanbevolen. Kivexa en soortgelijke geneesmiddelen kunnen bijwerkingen geven bij ongeboren baby's. Indien u tijdens uw zwangerschap Kivexa heeft gebruikt, zal uw arts regelmatige bloedonderzoeken en andere diagnostische onderzoeken willen doen om de ontwikkeling van uw kind te controleren. Bij kinderen van wie de moeder NRTI's heeft gebruikt tijdens de zwangerschap, woog het voordeel van de bescherming tegen hiv op tegen het risico op bijwerkingen. Borstvoeding Heeft u hiv? Geef dan geen borstvoeding. Het hiv-virus kan in uw moedermelk komen. Uw baby kan daardoor ook hiv krijgen. Een kleine hoeveelheid van de stoffen in Kivexa kan ook in de moedermelk terecht komen. Geeft u borstvoeding? Of wilt u borstvoeding geven? Vraag dan zo snel mogelijk aan uw arts of dit mag. Rijvaardigheid en het gebruik van machines Kivexa kan bijwerkingen veroorzaken die uw vermogen om auto te rijden of om machines te bedienen kunnen beïnvloeden. Bespreek met uw arts of het mogelijk is om auto te rijden of machines te bedienen terwijl u Kivexa gebruikt.
De behandeling moet worden voorgeschreven door een arts die ervaring heeft met de behandeling van een hiv-infectie.
Dosering
Volwassenen, adolescenten en kinderen die ten minste 25 kg wegen De aanbevolen dosering Kivexa is eenmaal daags één tablet.
Kinderen die minder dan 25 kg wegen Kivexa mag niet worden toegediend aan kinderen die minder wegen dan 25 kg omdat het een tablet is in een vaste dosiscombinatie die niet verlaagd kan worden.
Kivexa is een tablet in een vaste dosiscombinatie en mag niet worden voorgeschreven aan patiënten bij wie aanpassingen van de dosering nodig zijn. Afzonderlijke preparaten van abacavir of lamivudine zijn verkrijgbaar in gevallen waarin staken van de behandeling of aanpassing van de dosering van één van de actieve bestanddelen geïndiceerd is. In deze gevallen wordt de arts verwezen naar de afzonderlijke productinformatie voor deze geneesmiddelen.
| CNK | 3666252 |
|---|---|
| Organisaties | Abacus Medicine |
| Breedte | 60 mm |
| Lengte | 60 mm |
| Diepte | 150 mm |
| Actieve ingrediënten | abacavir sulfaat, lamivudine |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |